Gran Canaria

Architectenbureau Hage

Google Fotoalbum

Canarische eilanden


 

 

 

 

 

De Canarische eilanden zijn een toevluchtsoord voor mensen, die rond Oud en Nieuw een warm plekje zoeken een beetje in de buurt. Dank zij hoge bergen in het midden en een wind die altijd uit het noorden komt, hebben vrijwel alle Canarische eilanden een heerlijk warm klimaat aan de zuidkust. We waren er nog niet eerder geweest. Maar na moeizame ervaringen langs de Middellandse zee wilden we wel weer eens een lekker temperatuurtje. Gran Canaria is een van de bekendste eilanden. Vanuit Nederland doen de vliegtuigen vaak achtereenvolgens dit eiland en Tenerife aan. Het zijn twee totaal verschillende eilanden. Terwijl Tenerife gekenmerkt wordt door de enorme vulkaan in het midden van het eiland is Gran Canaria regelmatiger van vorm, aanmerkelijk minder hoog en ook tamelijk ruig.

 

 

 

 

Algemeen wordt geadviseerd om een auto te huren. Dat hadden we dan ook gedaan en zeven dagen lang hebben we alle hoeken en gaten van het eiland bezocht. Van het stedenschoon moeten ze het niet hebben. Maar de natuur in het binnenland is werkelijk spectaculair. Het is verstandig een auto te nemen met stuurbekrachtiging. Ze hebben in het binnenland namelijk drie soorten wegen t.w. rode weggetjes met iedere honderd meter een bocht, gele weggetjes met iedere kilometer een recht stuk en witte weggetjes, welke we niet hebben geprobeerd...

 

 

 

 

Bij de meeste plaatsen in het binnenland moet je goed opletten anders ben je er al doorheen voor je het weet. Er zijn een paar plaatsen, die al langer bewoond zijn, zoals San Bartolomé, Telde, Galdar en Teror. In de meeste van deze stadjes beperkt de schoonheid zich tot het altaar van de kerk. Het enige echt inhoudrijke plaatsje is Teror. Tevens het godsdienstig centrum van het eiland. Ook heb je daar een leuk museum. Het was de zomerresidentie van een rijke adellijke familie. Het bestond uit een binnenplaats met woonvertrekken en een achterhuis met koetsen. Alles is verschrikkelijk scheef. Tussen het voor en achterhuis zit zeker een meter verschil.  

 

 

De enige grote stad op het eiland is Las Palmas. Dit is een stad met meer dan 400.000 inwoners en het regeringscentrum van de zuidelijke helft van de Canarische eilanden. Het ligt op noordoostpunt van het eiland. Het heeft een enorme haven. Via een dam is een klein eilandje voor de kust vastgemaakt aan het grote eiland. Vroeger kon je over het zand naar het eiland, maar moest je een beetje op de vloed letten als je met droge voeten aan wilde komen. Op het eiland ligt een stadje nu uitkijkend over talrijke loodsen en havens van het industriegebied. Het historische centrum van de stad ligt op het vaste land. Daar hebben we tweemaal een halve dag doorgebracht. Dank zij een nieuwe twee/driebaans autoweg aangelegd met de hulp van de Europese gemeenschap waren we in een half uurtje in de stad.

 

 

 

 

De belangrijkste bezienswaardigheid is de kathedraal. Je komt binnen via een voormalig klooster. Voor drie euro de man mag je het museum en de kathedraal bekijken. We waren er op de tweede kerstdag en op 31 december. Alle andere musea in de stad waren op deze dagen helaas gesloten. Het 'Casa de Colon', waar Columbus vermoedelijk tijdens een van zijn reizen enige tijd heeft verbleven, was gesloten. Wel ligt er rond de kerk een gezellige wijk en een winkelgebied. Voorts is er een overdekte markt. De stad is volledig georiënteerd op de plaatselijke bevolking. Toeristenrestaurants treft je hier niet aan. We hebben tweemaal in dezelfde Chinees heel bijzonder gegeten voor vrijwel niets.

 

 

 

 

Toen bisschop Delgado y Venegas in 1766 op Gran Canaria arriveerde ontdekte hij tot zijn afschuw dat de mannen en vrouwen van San Nicolás de Tolentino naakt in een meertje een bad namen. Woedend stootte hij alle inwoners uit de rooms-katholieke kerk. Sindsdien nemen de inwoners van San Nicolás de Tolentina ieder jaar op 10 september geheel gekleed een bad. De gebeurtenis staat bekend als het Fiesta del Charco. Men looft een prijs uit voor degene die de meeste vissen vangt terwijl hij gekleed in het water staat. Zie de foto bovenaan de pagina. Wij waren een beetje te laat. Desgevraagd aan de plaatselijke bevolking werden we in het Engels-Spaans werkelijk overstelpt met enthousiaste verhalen. Ze zijn erg trots op hun feest en de bijbehorende bekendheid. Ik heb mij opgeofferd om nog enigszins de sfeer te treffen van het feest.

 

 

 

 

Het plaatsje ligt aan de zuidkust en is een centrum van de tomatenteelt. Het ligt te ver weg van de bewoonde wereld om massatoerisme te trekken. Het isolement is minder dan in het verleden. Toch is het ook nu nog uren worstelen over slingerwegen om er te komen. Dit deel van het eiland werd historisch gezien nauwelijks bewoond in verband met gebrek aan water. De heersende winden komen uit het noorden. De met waterdamp gevulde lucht wordt opgestuwd tegen de bergen. Al het water valt aan de noordkant naar beneden. Toevallig loopt de Aldea rivier door tot aan de regenkant van het eiland en is er hier nog wel wat water. Met stuwmeren worden de hoeveelheden gereguleerd.

 

 

 

 

 

 

Heden ten dage concentreert de toeristenindustrie zich aan de zuidoost kant van het eiland. Het mooie weer zelfs midden in de winter lokt miljoenen toeristen per jaar naar Gran Canaria. In 1960 is een landheer helemaal op het zuidoostelijke puntje van het eiland begonnen met ontwikkelingen. Het beroemde Playa del Inglés is het resultaat daarvan. Daarna gingen de ontwikkelingen stap voor stap verder naar het zuiden. De start van de toeristen industrie in het zuidoosten lag voor de hand, omdat daar het enige natuurlijke strand ligt. Verderop langs de kust moesten de stranden kunstmatig aangelegd worden. Tussen Playa del Inglés en Maspalomas liggen ook heden ten dage nog de prachtige zandduinen van weleer. Deze duinen zijn ook de reden, dat naturisten en de homoscene (naaktstranden) hier sterk vertegenwoordigd zijn.

 

 

 

 

Latere ontwikkelingen langs de zuidkust hebben wat proberen te leren van de eerdere ontwikkelingen. In plaats van grote hoeveelheid goedkope accommodaties is gezocht naar hoogwaardiger ontwikkelingen. In Puerto Rico heeft men zich gespecialiseerd op relatief ruime appartementen. Aan beide zijden van de rivier tegen de bergwand op heeft men een onvoorstelbare hoeveelheid ervan neergezet. Elk plukje van 12/20 appartementen heeft een eigen zwembad. Maar omdat er beneden aan de baai ook nog een buitengewoon fraai kunstmatig strand is aangelegd, wordt daar relatief weinig gebruik van gemaakt. Bijgevolg hadden wij een week lang feitelijk een privé zwembad gehad van twintig meter lang. Andere gasten hebben wel eens liggen zonnen. Maar desgevraagd had niemand ook maar enige keer een duik gewaagd. Voor de foto ben ik er zelf een keertje gekleed ingedoken.

 

 

 

De meest zuidelijke locatie is Puerto de Mogán. Daar heeft men welbewust elke vorm van hoogbouw uitgesloten. Langs de haven is een groot complex gescheiden door kanalen aangelegd. Dank zij een prachtige jachthaven en actieve visserij kun je daar goed vis eten. Wij zijn er een keertje 's avonds naartoe gereden. Je kunt er midden in de stad parkeren, mits je er een paar euro voorover hebt. We waren echter meer te spreken over de Gazpacho, die we vooraf namen. Voor drie euro de man kregen we een heerlijke koude soep met een berg losse groenten en saus. Het was overigens wel vaker onze ervaring tijdens deze reis, dat het hoofdgerecht overvloedig is in kwantiteit en qua smaak wat tegenvalt. Om een of andere reden kunnen ze op Gran Canaria vis en vlees in enorme hoeveelheden op de borden brengen voor minder dan de helft van de prijs als in Nederland.